Verordening commissie bezwaarschriften 2017

 

Het bestuur van de Gemeenschappelijke Regeling RD Maasland;

gelet op artikel 24 van de Wet gemeenschappelijke regelingen en artikel 7:13 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb);

besluit:

vast te stellen de volgende Verordening commissie bezwaarschriften 2017

Artikel 1 Begripsbepalingen

In deze verordening wordt verstaan onder:

a. verwerend orgaan: bestuursorgaan dat het bestreden besluit heeft genomen;

b. commissie: vaste commissie van advies voor de bezwaarschriften;.

 

Artikel 2 Inleidende bepaling commissie

1. De bezwaarschriftencommissie van de gemeente Leudal wordt aangewezen als de adviescommissie als bedoeld in artikel 7:13 van de Algemene wet bestuursrecht.

2. De commissie is niet bevoegd ten aanzien van bezwaarschriften, die zijn ingediend tegen besluiten op grond van een wettelijk voorschrift inzake baatbelasting, als bedoeld in artikel 222 van de Gemeentewet en inzake rechten, als bedoeld in artikel 229 van de Gemeentewet.

 

Artikel 3 Samenstelling van de commissie

1. De commissie bestaat uit een voorzitter en ten minste twee leden.

2. De voorzitter en de leden van de commissie kunnen geen deel uitmaken van of werkzaam zijn onder verantwoordelijkheid van een bestuursorgaan van de gemeenschappelijke regeling en de deelnemers daarvan

3. De commissie regelt de vervanging van de voorzitter.

4. De commissie stelt een roulatiesysteem vast met betrekking tot het –ook voor de plaatsvervangers – regelmatig bijwonen van de zittingen.

 

Artikel 4 Kamers

1. De commissie bestaat uit:

a. een “enkelvoudige” kamer en

b. een “meervoudige” kamer.

2. De in lid 1, onder letter a vermelde “enkelvoudige” kamer bestaat uit de voorzitter zoals genoemd in artikel 3. Deze kamer behandelt bezwaarschriften ten aanzien waarvan op grond van het gestelde in artikel 7:3 van de Algemene wet bestuursrecht, wordt afgezien van het horen van belanghebbende(n) alsmede bezwaarschriften gericht tegen niet tijdig besluiten door het bevoegde bestuursorgaan.

3. De in lid 1 onder b vermelde “meervoudige” kamer behandelt de bezwaarschriften gericht tegen alle overige besluiten, behoudens de in artikel 2, lid 2, gemaakte uitzonderingen, van enig bestuursorgaan van de gemeenschappelijke regeling.

4. De in het derde lid vermelde “meervoudige ” kamer bestaat uit een voorzitter zoals vermeld in artikel 3 alsmede tenminste twee leden zoals vermeld in artikel 3.

5. De voorzitter als bedoeld in artikel 3 kan beslissen dat de behandeling van bezwaarschriften ten aanzien waarvan op grond van het gestelde in artikel 7:3 van de Algemene wet bestuursrecht, is afgezien van het horen van de belanghebbende(n) door de meervoudige kamer als bedoeld in lid 1, onder b zal geschieden.

6. De voorzitter als bedoeld in artikel 3 kan beslissen dat de behandeling van bezwaarschriften betreffende niet tijdige besluitvorming door de meervoudige kamer als bedoeld in lid 1, onder b zal geschieden.

7. Met betrekking tot de werkwijze van de in dit artikel vermelde kamers is het bepaalde in deze regeling zoveel mogelijk van overeenkomstige toepassing.

 

Artikel 5 Secretaris

1. De secretaris van de commissie is een door het college aangewezen ambtenaar.

2. De bepalingen in deze verordening die zien op de secretaris, zijn van toepassing op de plaatsvervangend secretaris.

 

Artikel 6 Ingediend bezwaarschrift

1. Op het ingediende bezwaarschrift wordt de datum van ontvangst aangetekend.

2. Het bezwaarschrift met de daarbij overgelegde stukken wordt zo spoedig mogelijk in handen van de commissie gesteld.

 

Artikel 7 Uitoefening bevoegdheden

De bevoegdheden ingevolge de hierna genoemde artikelen van de Algemene wet bestuursrecht worden voor de toepassing van deze verordening uitgeoefend door de voorzitter van de commissie:

a. artikel 2:1, tweede lid;

b. artikel 2:2, eerste lid;

c. artikel 6:6, wat betreft het de indiener stellen van een termijn;

d. artikel 6;14, eerste lid,

d. artikel 6:17, voor zover het de verzending van stukken betreft tijdens de behandeling door de commissie;

e. artikel 7:4, tweede lid;

f. artikel 7:6, vierde lid.

g. artikel 7:10, tweede, derde en vierde lid

 

Artikel 8 Vooronderzoek

1. De voorzitter van de commissie is bevoegd rechtstreeks alle gewenste inlichtingen in te winnen of te laten inwinnen.

2. De voorzitter kan uit eigen beweging of op verlangen van de commissie bij deskundigen advies of inlichtingen inwinnen en hen zo nodig uitnodigen daartoe op de hoorzitting te verschijnen. Indien daaraan kosten zijn verbonden, is vooraf machtiging van het bestuursorgaan van de gemeenschappelijke regeling vereist.

 

Artikel 9 Hoorzitting

1. De voorzitter van de commissie bepaalt plaats en tijdstip van de zitting waarin de belanghebbenden en het verwerend orgaan in de gelegenheid worden gesteld zich door de commissie te laten horen.

2. De voorzitter beslist over de toepassing van artikel 7:3 van de Awb.

3. Indien de voorzitter op grond van het tweede lid besluit af te zien van het horen, doet hij daarvan mededeling aan de belanghebbenden en het verwerend orgaan.

Artikel 10 Uitnodiging zitting

1. De voorzitter nodigt de belanghebbenden en het verwerend orgaan ten minste twee weken voor de zitting schriftelijk uit.

2. Binnen drie dagen na de uitnodiging kunnen de belanghebbenden of het verwerend orgaan onder opgaaf van redenen de voorzitter verzoeken het tijdstip van de zitting te wijzigen.

3. De beslissing van de voorzitter op dit verzoek wordt uiterlijk één week voor het tijdstip van de zitting aan de belanghebbenden en het verwerend orgaan meegedeeld.

4. De voorzitter is bevoegd in bijzondere omstandigheden af te wijken of afwijking toe te staan van de termijnen die genoemd zijn in het eerste tot en met het derde lid.

 

Artikel 11 Quorum

Voor het houden van een zitting is vereist dat de meerderheid van het aantal leden, onder wie in elk geval de voorzitter, of zijn plaatsvervanger, aanwezig is.

 

Artikel 12 Niet-deelneming aan de behandeling

De voorzitter en de leden van de commissie nemen, onverminderd artikel 7:5, eerste lid, onder a en b, van de Algemene wet bestuursrecht, niet deel aan de behandeling van een bezwaarschrift indien daarbij hun onpartijdigheid in het geding kan zijn. Zij laten zich zo nodig vervangen.

 

Artikel 13 Openbaarheid zitting

1. De zitting van de commissie is openbaar.

2. De deuren kunnen worden gesloten indien de voorzitter van de commissie of een van de aanwezige leden het nodig oordeelt of indien een belanghebbende daartoe een verzoek doet.

3. Indien de commissie vervolgens beslist dat gewichtige redenen aanwezig zijn die zich tegen openbaarheid van de zitting verzetten, vindt de zitting plaats met gesloten deuren.

4. Als gewichtige redenen worden in ieder geval persoonlijke zaken van familiaire, medische of financiële aard aangemerkt.

 

Artikel 14 Schriftelijke verslaglegging

1. Het verslag als bedoeld in artikel 7:7 van de Awb vermeldt de namen van de aanwezigen en hun hoedanigheid.

2. Het verslag houdt een zakelijke vermelding in van wat over en weer is gezegd en wat verder ter zitting is voorgevallen.

3. Indien de zitting geheel of gedeeltelijk met gesloten deuren plaatsvond, of indien belanghebbenden, respectievelijk hun gemachtigden niet in elkaars tegenwoordigheid zijn gehoord, maakt het verslag hiervan melding.

4. Het verslag verwijst naar de op de zitting overgelegde bescheiden, die aan het verslag kunnen worden gehecht.

5. Het verslag wordt ondertekend door de voorzitter en de secretaris van de commissie.

 

Artikel 15 Nader onderzoek

1. Indien na afloop van de zitting maar voordat het advies wordt opgesteld, nader onderzoek wenselijk blijkt te zijn, kan de voorzitter uit eigen beweging of op verlangen van de andere commissieleden dit onderzoek houden.  

2. De uit het nader onderzoek verkregen informatie wordt in afschrift aan de leden van de commissie, het verwerend orgaan en de belanghebbenden toegezonden.

3. De leden van de commissie, het verwerend orgaan en de belanghebbenden kunnen binnen een week na verzending van de nadere informatie aan de voorzitter van de commissie een verzoek richten tot het beleggen van een nieuwe hoorzitting. De voorzitter beslist op zo'n verzoek.

4. Op een nieuwe hoorzitting zijn de bepalingen in deze verordening die betrekking hebben op de hoorzitting, zo veel mogelijk van overeenkomstige toepassing.

 

Artikel 16 Raadkamer en advies

1. De commissie beraadslaagt en beslist achter gesloten deuren over het door haar uit te brengen advies.

a. De commissie beslist bij meerderheid van stemmen over het uit te brengen advies.

b. Indien bij een stemming de stemmen staken, beslist de stem van de voorzitter.

c. Van een minderheidsstandpunt wordt bij het advies melding gemaakt indien die minderheid dat verlangt.

2. Het advies is gemotiveerd en omvat een voorstel voor de te nemen beslissing op het bezwaarschrift.

3. Het advies wordt door de voorzitter en de secretaris van de commissie ondertekend.

 

Artikel 17 Uitbrengen advies en verdaging

1. Het advies wordt, onder medezending van het verslag als bedoeld in artikel 15 en eventueel door de commissie ontvangen nadere informatie en nader verslag, tijdig uitgebracht aan het bestuursorgaan dat op het bezwaarschrift dient te beslissen.

2. Indien naar het oordeel van de voorzitter van de commissie de termijn van twaalf weken, als bedoeld in artikel 7:10, eerste lid, van de Awb, ontoereikend is voor achtereenvolgens het uitbrengen van een advies en het nemen van een beslissing, verzoekt hij het verwerend orgaan tijdig de beslissing te verdagen.

3. Van een besluit tot verdaging ontvangen de commissie en de belanghebbenden een afschrift.

 

Artikel 18 Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de dag na de datum van haar bekendmaking.

 

Artikel 19 Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening commissie bezwaarschriften 2017

 

Vastgesteld in de bestuursvergadering van 5 april 2017.

A.A.H. Smedts, secretaris

J.A.L. Lalieu, voorzitter commissie

 

 

Publicatiedatum: 13 april 2017